Skip to main content Skip to search
Buitenop 17, 6041 LB Roermond
+31 (0) 475 4303 03
Rijksweg 3, 6095 NA Baexem
+31 (0) 475 451 204

Archives for Fiscaal - Juridisch

Fiscaal beleid in het coalitieakkoord: dit zijn de belangrijkste plannen

Fiscaal beleid in het coalitieakkoord: dit zijn de belangrijkste plannen

Welke belastingmaatregelen wil de nieuwe coalitie invoeren, aanpassen of juist ongemoeid laten? Hieronder de belangrijkste fiscale voornemens, inclusief de bijbehorende bedragen.

Brandstof en mobiliteit

De verlaging van de benzineaccijns blijft tot en met 2027 van kracht. Voor deze maatregel wordt eenmalig 900 miljoen euro uitgetrokken. Daarnaast onderzoekt het kabinet een hervorming van de motorrijtuigenbelasting, mogelijk gebaseerd op voertuigoppervlak of -omvang, onder de voorwaarde dat automobilisten er financieel niet op achteruitgaan. Voor andere brandstoffen worden accijnsverhogingen overwogen.

Elektrisch rijden en alternatief vervoer

De coalitie wil elektrisch rijden fiscaal aantrekkelijk houden en de laadinfrastructuur verder uitbreiden. Ook het gebruik van deelauto’s, de fiets en het openbaar vervoer wordt gestimuleerd. Concrete fiscale maatregelen of budgetten worden nog niet genoemd. Dit terwijl eerdere voordelen voor elektrische auto’s juist zijn afgebouwd, zoals het verdwijnen van de BPM-vrijstelling, de afbouw van de vrijstelling in de motorrijtuigenbelasting en de stijging van de bijtelling voor zakelijke rijders.

Box 3: focus op lange termijn beleggen

Het nieuwe box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement wordt verder ontwikkeld richting een vermogenswinstbelasting. Beleggers gaan dan pas belasting betalen bij verkoop van hun beleggingen en alleen over de gerealiseerde winst. Hierdoor komt het huidige wetsvoorstel voor een aanwasbelasting, dat per 2028 zou moeten ingaan en nu in de Tweede Kamer ligt, mogelijk opnieuw ter discussie te staan.

Lagere vermogensgrens zorgtoeslag

Vanaf 2028 worden de vermogensgrenzen voor de zorgtoeslag gelijkgetrokken met het heffingsvrije vermogen in box 3. In 2026 ligt de grens nog op 146.011 euro voor alleenstaanden en 184.633 euro voor fiscale partners. Deze bedragen worden verlaagd naar respectievelijk 59.357 euro en 118.714 euro. Hierdoor zullen minder mensen met vermogen recht houden op zorgtoeslag. De invoering kost vanaf 2027 structureel 5 miljoen euro per jaar aan uitvoeringskosten, maar levert op termijn circa 300 miljoen euro aan besparingen op.

Meer investeren in Nederland

De coalitie wil het voor Nederlanders aantrekkelijker maken om te investeren in de Nederlandse economie. Er komt een EU-beleggingsrekening waarmee fiscaal voordelig kan worden belegd in lokale projecten. Ook wordt een zogenoemde win-win-lening, naar Vlaams voorbeeld, onderzocht. Over de kosten of opbrengsten van deze maatregelen zijn nog geen ramingen bekend.

Vrijheidsbijdrage voor veiligheid

Voor extra investeringen in veiligheid en Defensie wordt een zogenoemde vrijheidsbijdrage ingevoerd. Voor burgers gebeurt dit via de inkomstenbelasting, wat op termijn meer dan 3 miljard euro per jaar moet opleveren. Bedrijven dragen circa 1,7 miljard euro bij via een taakstellende verhoging van de arbeidsongeschiktheidsfonds-premie. Samen gaat het om ongeveer 5 miljard euro per jaar.

Hypotheekrenteaftrek blijft ongewijzigd

De hypotheekrenteaftrek en de fiscale behandeling van de eigen woning blijven ongewijzigd. Volgens de coalitie is dit nodig om rust op de woningmarkt te behouden. Er is niet doorgerekend wat een verdere afbouw van de hypotheekrenteaftrek zou hebben opgeleverd.

Stimulans voor particuliere verhuur

De overdrachtsbelasting voor particuliere investeerders in woningen wordt verlaagd van 8 procent naar 7 procent. Deze maatregel gaat in vanaf 2028 en kost de schatkist naar verwachting 84 miljoen euro per jaar. Het doel is het investeringsklimaat op de huurmarkt te verbeteren en het aanbod van huurwoningen te vergroten.

Ondernemen en innovatie

De coalitie kiest voor een stabiel fiscaal vestigingsklimaat. De WBSO wordt uitgebreid, met extra aandacht voor innovatie, AI en technologie. Regelingen zoals de Innovatiebox en de expatregeling blijven behouden. Ook wordt onderzocht of de EIA, MIA en VAMIL kunnen worden samengevoegd tot één investeringsregeling. De bedrijfsopvolgingsregeling en doorschuifregeling worden niet versoberd en kredieten voor het mkb, zoals de BMKB, blijven bestaan. De vennootschapsbelasting wordt niet verhoogd. Tegelijk wordt beloofd de WBSO en de werkkostenregeling eenvoudiger te maken en de administratieve lasten te verlagen.

Aandelenbeloning voor startups

Startups en scale-ups moeten medewerkers eenvoudiger kunnen belonen met aandelen en aandelenopties. Daarnaast wordt gewerkt aan ruimere fiscale mogelijkheden voor financiële medewerkersparticipaties. Ook komt er via een nieuw op te richten investeringsinstelling meer durfkapitaal beschikbaar.

BTW-verhoging sierteelt

Het lage btw-tarief voor de sierteelt wordt afgeschaft. Vanaf 2028 geldt het hoge btw-tarief van 21 procent in plaats van 9 procent. Deze maatregel levert naar verwachting 328 miljoen euro per jaar op en kan leiden tot hogere prijzen voor bloemen en planten.

Suikertaks

Vanaf 2030 wordt een suikertaks ingevoerd op voorverpakte producten met een suikergehalte van 6 procent of meer. De opbrengst wordt geraamd op 850 miljoen euro per jaar. In de eerste jaren zijn er uitvoeringskosten van ongeveer 50 miljoen euro per jaar.

Zorg: hoger eigen risico

Het eigen risico in de zorg gaat vanaf 2027 omhoog met 60 euro, van 385 euro naar 445 euro. Daarnaast worden bepaalde vergoedingen, zoals voor steunzolen, gehoorapparaten, reiskosten en specifieke medicatie, geschrapt. Dit kan 618 miljoen euro opleveren. Het niet verlagen van het eigen risico levert daarnaast een structurele besparing op van 4,7 miljard euro. Lage inkomens worden gecompenseerd via een hogere zorgtoeslag.

Bezuinigingen op WMO en sociale zekerheid

Huishoudelijke hulp via de WMO wordt afgeschaft voor mensen met een hoger inkomen, wat een besparing oplevert van circa 435 miljoen euro. De WW-duur wordt verkort van twee jaar naar één jaar, waarbij de uitkering in de eerste twee maanden stijgt naar 80 procent. Deze maatregel levert op termijn ruim 1,3 miljard euro op. Daarnaast worden de re-integratiemiddelen verlaagd, wat nog eens 100 miljoen euro scheelt.

Transitievergoeding en arbeidsongeschiktheid

De compensatie voor de transitievergoeding na twee jaar ziekte wordt afgeschaft, wat op termijn 262 miljoen euro oplevert. Daarnaast vervalt vanaf 2030 de IVA-uitkering voor nieuwe instromers. Ook worden strengere voorwaarden gesteld aan herbeoordelingen en wordt gewerkt aan taakverdeling bij sociaal-medische beoordelingen. Dit moet structureel ruim 1,1 miljard euro opleveren.

Lagere uitkeringen voor hogere inkomens

Het maximum dagloon voor alle relevante uitkeringsregelingen wordt per 2029 met 20 procent verlaagd. Hierdoor krijgen hogere inkomens een lagere uitkering. De besparing wordt geraamd op ruim 800 miljoen euro per jaar.

Pensioen en AOW

Vanaf 2033 wordt de AOW-leeftijd direct gekoppeld aan de stijgende levensverwachting, waarbij rekening wordt gehouden met zware beroepen. Deze maatregel levert naar verwachting 2,7 miljard euro op. Daarnaast wordt het maximum pensioengevend loon per 2027 voor een periode van zes jaar bevroren op 137.800 euro, waardoor de pensioenopbouw voor hogere inkomens minder wordt gesubsidieerd.

Kinderregelingen samengevoegd

De kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget worden samengevoegd tot één regeling. Het vaste bedrag wordt verhoogd en het inkomensafhankelijke deel verlaagd, met als doel dat alle gezinnen erop vooruitgaan. De kosten van deze maatregel bedragen ongeveer 600 miljoen euro per jaar.

Politieke onzekerheid

Of deze plannen daadwerkelijk worden uitgevoerd, hangt af van steun van andere partijen. Het minderheidskabinet start vanaf volgende week onderhandelingen met de oppositie.

Lees meer

Belastingdienst wijst op deadline aangifte schenkbelasting 2025

Wie in 2025 een schenking heeft ontvangen, moet mogelijk uiterlijk 1 maart 2026 aangifte schenkbelasting doen. De Belastingdienst brengt deze verplichting opnieuw onder de aandacht.

Aangifteplicht bij overschrijden vrijstellingen
Ontvangers zijn verplicht aangifte te doen wanneer het geschonken bedrag in 2025 hoger was dan de geldende vrijstelling. Voor schenkingen van ouders ligt deze grens op € 6.713. Voor schenkingen van anderen geldt een vrijstelling van € 2.690.

Online hulpmiddel voor inzicht in belasting en aangifte
Om te bepalen of aangifte nodig is en of er schenkbelasting moet worden betaald, kunnen ontvangers gebruikmaken van de digitale rekenhulp op de website van de Belastingdienst.

Verhoogde vrijstellingen vereisen ook aangifte
Ook in situaties waarin geen belasting verschuldigd is, kan een aangifteplicht bestaan. Dit is bijvoorbeeld het geval bij toepassing van een verhoogde vrijstelling, zoals voor de financiering van een kostbare opleiding.

Aangifte indienen via Mijn Belastingdienst
Wanneer aangifte moet worden gedaan, kan dit digitaal via Mijn Belastingdienst. Wij kunnen u echter hier ook mee helpen en dit uit handen nemen. Neem hiervoor vrijblijvend contact met ons op . De aangifte moet uiterlijk 1 maart 2026 zijn ingediend

Lees meer

Forfait box 3 voor 2027 vastgesteld: belasting op vermogen opnieuw omhoog

Amsterdam – Het fictieve rendement waarover de Belastingdienst in 2027 belasting heft in box 3 is vastgesteld op 6,37 procent. Dat betekent dat bezitters van onder meer een tweede woning, beleggingen, obligaties of cryptovaluta opnieuw meer belasting gaan betalen over hun vermogen.

Volgens belastingadviseur Cor Overduin gaat het om een stevige stijging ten opzichte van het huidige forfait van 6 procent. De fiscus werkt bij de vermogensbelasting met zogenoemde forfaitaire rendementen: aangenomen winsten waarover belasting wordt geheven, ongeacht het daadwerkelijke resultaat.

Zo wordt de belasting berekend

Wie in 2027 bijvoorbeeld € 100.000 aan beleggingen bezit, wordt geacht daarover 6,37 procent rendement te behalen. Over die veronderstelde opbrengst moet vervolgens 36 procent belasting worden betaald. Door de oplopende forfaits is de belastingdruk voor veel vermogensbezitters de afgelopen jaren flink toegenomen.

Gebaseerd op oude cijfers

Het rendement dat de Belastingdienst hanteert, is gebaseerd op historische gegevens. Voor het forfait van 2027 wordt gekeken naar economische cijfers uit 2025, zoals ontwikkelingen op de aandelen- en vastgoedmarkt.

„De aandelenindex waar de fiscus mee rekent steeg in dat jaar met ruim 21 procent, terwijl vastgoedprijzen ongeveer 8,5 procent toenamen,” aldus Overduin. „Die cijfers werken direct door in het forfaitaire rendement.”

Mogelijkheid tot tegenbewijs

Niet iedereen zal daadwerkelijk zo’n hoog rendement behalen. De Hoge Raad heeft eerder geoordeeld dat forfaitaire belastingheffing in sommige gevallen onrechtvaardig kan zijn. Daarom bestaat de mogelijkheid om via een tegenbewijsregeling aan te tonen dat het werkelijke rendement lager lag dan het forfait.

Beleggers die te veel belasting hebben betaald, kunnen dit achteraf corrigeren via een digitaal formulier van de Belastingdienst. Overduin verwacht dat hier in 2027 veel gebruik van zal worden gemaakt. „Een rendement van 6,37 procent is voor veel mensen niet realistisch.”

Vastgoedbeleggers minder gunstig af

Voor bezitters van vastgoed pakt de regeling minder gunstig uit. Zowel huurinkomsten als de waardestijging van het pand tellen mee bij het bepalen van het werkelijke rendement, terwijl kosten niet mogen worden afgetrokken. Voor beleggers in aandelen en andere financiële producten is het doorgaans eenvoudiger om aan te tonen dat zij lager rendement hebben behaald.

Wie juist méér rendement behaalt dan 6,37 procent, hoeft overigens geen extra belasting te betalen: de heffing blijft beperkt tot het forfaitaire percentage.

Mogelijk einde van forfaits in zicht

Als de wetgeving volgens planning wordt aangenomen, komt er vanaf 2028 een nieuw box 3-stelsel. In dat systeem wordt belasting geheven over het daadwerkelijk behaalde rendement in plaats van een verondersteld percentage.

Overduin hoopt dat 2027 het laatste jaar is waarin forfaits worden toegepast. „Cijfers uit 2025 zeggen weinig over het rendement dat iemand in 2027 behaalt. Het huidige systeem sluit nauwelijks aan bij de realiteit.”

Lees meer

Hoge Raad over Wet rechtsherstel box 3

Uitspraak Hoge Raad

Op 6 juni 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in de procedures over de Wet rechtsherstel box 3. Het geschil in deze uitspraak ging over de vraag of de Wet rechtsherstel box 3 ook in strijd was met de grondrechten, namelijk het discriminatieverbod en het eigendomsrecht, net zoals de eerdere box 3 wetgeving. De Hoge Raad is van mening van wel, indien het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement.[1] Overigens heeft de Hoge Raad wel de vermogensrendementsheffing over spaargelden op basis van de Wet rechtsherstel box 3 goedgekeurd, daar het hierin vastgestelde forfaitaire rendement nauw aansluit bij de werkelijkheid. Heeft u louter spaargelden, dan zal er voor u voorlopig niets veranderen.[2]

Berekening werkelijk rendement

Ook wordt er in de uitspraak direct invulling gegeven door de Hoge Raad aan hetgeen volgens haar verstaan dient te worden onder werkelijk rendement. Het werkelijk rendement omvat niet alleen de reguliere voordelen, zoals rente, huur en dividend, maar ook de waardeveranderingen van het betreffende vermogen. Het gaat hierbij om zowel positieve en negatieve als ongerealiseerde waardeveranderingen. Op schulden in box 3 zal de betaalde rente in aftrek komen, maar overige kosten worden niet aftrekbaar. Daarnaast wordt er uitsluitend gekeken naar het inkomen in het betreffende belastingjaar. Met positief of negatief rendement uit voorgaande of volgende jaren wordt geen rekening gehouden en er bestaat dus ook niet een mogelijkheid tot verliesverrekening of iets dergelijks.[3]
Verder geeft de Hoge Raad ook aan dat er werkelijk rendement berekend moet worden over het gehele vermogen. Dit houdt in dat het heffingsvrij vermogen buiten beschouwing gelaten wordt bij het bepalen van het vermogen waarover u rendement heeft behaald.[4]

Gevolgen voor u

Na het lezen van de uitspraak van de Hoge Raad, zult u waarschijnlijk met vragen blijven zitten. De gevolgen voor u als belastingplichtige, zijn dat u aan moet gaan tonen dat uw werkelijke rendement lager is geweest dan het forfaitaire rendement dat door de Belastingdienst in aanmerking is genomen in box 3. Zoals al eerder aangegeven door de Belastingdienst, hoeft u echter geen bezwaar te maken om dit aan te tonen, maar zal de Belastingdienst de mogelijkheid bieden om het werkelijk rendement door te geven met het formulier ‘opgaaf werkelijk rendement’. Op basis van het doorgegeven werkelijk inkomen, zal de Belastingdienst dan uw aanslag verlagen. De mogelijkheid tot doorgeven van het werkelijk inkomen wordt ten minste gegeven aan de belastingplichtigen die bezwaar gemaakt hebben en aan diegenen waarvan de aanslag inkomstenbelasting is aangehouden in afwachting van deze uitspraak. Hierbij heeft de Belastingdienst alle aanslagen inkomstenbelasting aangehouden van Belastingplichtigen die een belastbaar beleggingsvermogen hadden in box 3 gedurende de jaren 2021 tot en met 2023. Voor niet-bezwaarmakers bestaat er nog onduidelijkheid of zij ook gebruik kunnen maken van het voornoemde formulier. U hoeft voorlopig echter nog geen actie te ondernemen, daar de Belastingdienst nog bezig is met het opstellen van de juiste berekeningen.[5]

Toekomstige wetgeving

Nu rest natuurlijk nog de vraag wanneer de wetgeving dan aangepast wordt, waardoor er belasting betaald dient te worden op het werkelijk behaalde rendement in box 3. Staatssecretaris Van Rij heeft in een commissiedebat van 18 april 2024 al laten doorschemeren, dat wanneer de Hoge Raad zou concluderen dat ook de Wet rechtsherstel box 3 in strijd is met de grondrechten, de eerder gestelde inwerkingtredingsdatum van de nieuwe wet met een jaar opgeschoven zal moeten worden van 2027 naar 2028. Dit komt door de invoering van het formulier ‘opgaaf werkelijk rendement’ en de extra druk die dit oplevert op de IT-systemen van de Belastingdienst. Op korte termijn zal er dus in de wet nog geen verandering plaatsvinden.[6]


[1] ECLI:NL:HR:2024:704, ECLI:NL:HR:2024:705, ECLI:NL:HR:2024:771, ECLI:NL:HR:2024:756, ECLI:NL:HR:2024:213.

[2] https://www.accountancyvanmorgen.nl/2024/06/06/hoge-raad-zet-streep-door-herstelwet-box-3/

[3] ECLI:NL:HR:2024:704, ECLI:NL:HR:2024:705, ECLI:NL:HR:2024:771, ECLI:NL:HR:2024:756, ECLI:NL:HR:2024:213.

[4] https://www.accountancyvanmorgen.nl/2024/06/06/hoge-raad-zet-streep-door-herstelwet-box-3/

[5] https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/box-3/content/uitspraak-box-3-hoe-nu-verder

[6] https://www.tweedekamer.nl/debat_en_vergadering/commissievergaderingen/details?id=2024A02184

Lees meer